Quote Left  De onderduikverleners

Pieterdiena Edens

Cary Wennink Foto van de familie

Cary en Louis

Politierapport Louis

Archiefkaart Louis

KZ-kaart Pieterdiena

Distributiekaart Menke v/d Meulen, zolder Hemonystraat 14

Bureau Joodsche Zaken

11 onderduikers gedurende 13 maanden

HVB ll / Amstelveenseweg

 Colonne Henneicke was een onderdeel van de Hausraterfassungsstelle, een Nederlandse afdeling, dat onder toezicht stond van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung in Amsterdam en tot doel had gestolen joodse inboedels naar Duitsland af te voeren. Het bestond uit een groep Nederlandse nazi-collaborateurs die actief waren als premiejagers in de periode tussen maart en oktober 1943.. De groep bestond uit ruim vijftig Nederlanders die tegen betaling jacht maakten op Joodse onderduikers. De groep stond onder leiding van Wim Henneicke. In het halve jaar dat de organisatie bestond was deze verantwoordelijk voor de deportatie van acht- tot negenduizend personen. Op 30 september 1943 werd de organisatie opgeheven, officieel omdat Amsterdam Judenfrei was, maar ook omdat de chef van de Sicherheitsdienst, Willy Lages, zich aan het ongedisciplineerde gedrag van de leden ergerde.

Wikipedia

Harm Jan van den Berg was volgens Ad van Liempt, onderzoeker en schrijver van het boek ‘Kopgeld’ een speler van het laagste plan.

Ad geeft in zijn boek over van den Berg aan: “Zijn handen zitten los en heeft heel wat klappen uitgedeeld”. Hij wordt getypeerd als fanatiek, licht geraakt en onberekenbaar. Als bewaker van de Hollandsche Schouwburg een van de beruchtste. Kinderen en vrouwen worden geslagen en geschopt om informatie te krijgen over de resterende familieleden. Een vrouw wordt seksueel misbruikt met het voorwendsel van vrijkomen. Deze man arresteert samen met Ramakers Jacob Schavrien.

Ad van Liempt - Kopgeld

KZ-kampen Cary

Spullen Louis bij Cary opgeslagen

Louis en Cary in de Misthoorn

Woonkaart 

Harm Jan van den Berg

Menke, Pieterdiena en Cary

Vooralsnog nemen we aan dat deze 10 mensen ondergedoken hebben gezeten op de zolder van de Hemonystraat 14. Deze aanname doen we op basis van de gevonden papieren en het gelijktijdige transport naar Westerbork.

(Tijdens dit schrijven doen we, mbt deze aanname, nog onderzoek bij Nationaal Archief in Den Haag en het NIOD te Amsterdam. Ook het verraad is een onderdeel van ons onderzoek).


We hebben de twee zonen van Carolina Wennink, Gerard en René Kluver, geïnterviewd. De broers gaven aan dat hun moeder niet veel gesproken heeft over de oorlog. Zij  had zoiets van “dat is gepasseerd, we moeten door”.  Wel heeft Cary over het verraad aan haar zoons aangegeven dat “we zijn verraden door de slager”.


En dit brengt ons bij de onderduikverleners.


Vanaf mei 1939 wonen Menke Schmöl-van der Meulen (oma), Pieterdina Edens (moeder) en Carolina Wennink (dochter) op de 2e verdieping van de Hemonystraat 14.


Voor de oorlog heeft Carolina, die liever Cary genoemd wil worden, een relatie met de Joodse dansleraar Louis Allegro. Louis heeft een dansschool in de Ruijschstraat 6 hs. De zonen van Cary geven aan dat Cary en Louis als danspaar regelmatig naar Engeland gingen voor trainingen en wedstrijden. 

Cary heeft zich na de oorlog afgevraagd hoe het was gelopen als ze niet waren teruggekeerd naar Nederland. Het verlies heeft haar volgens haar zonen veel pijn gedaan.


Cary verhuist vanuit de Hemonystraat 14 naar de Lairessestraat 157 en start op 20 september 1941 dansschool ‘Cary Wennnink’. Zo heeft Louis een dansschool in de Ruijschstraat en Cary in de Lairessestraat. 

Het antisemitische sensatieblad De Misthoorn maakt melding van de relatie van Louis en Cary.


Op 17 oktober 1942 worden Louis en Cary opgepakt en op het politiebureau aan de Stadhouderskade vastgezet. Op 19 oktober worden ze overgedragen aan de SD in de Euterpestraat, de huidige Gerrit van der Veenstraat.

Louis Allegro wordt op 18 november op transport gezet naar Westerbork. Hij overlijdt waarschijnlijk op 23 november 1942 in Auschwitz.

Gerard en René vertellen ons dat Cary later bij de SD is vrijgekocht door twee van haar leerlingen, Gerard Kluver (de latere vader van Gerard en René) en Lion van Straten (zoon van Emanuel van Straten en Reintje van Straten-Duveen, twee van de 10 onderduikers). Zij hadden ‘steentjes’ betaald om Cary vrij te krijgen. Dat lukte! 

Die steentjes waren natuurlijk diamanten, maar hoe konden ze daaraan komen? Volgens de broers kwamen de diamanten waarschijnlijk via Gerardus Alberts Kluver, hun grootvader, die in de diamanthandel zat.

Cary heeft van 17 oktober 1942 tot 13 november 1942 vastgezeten op grond van ‘Judenbegünstigung’.


Zoals we straks zien is de tijd van onderduik in de Hemonystraat begonnen. Menke en Pieterdina zijn er na het vertrek van Cary naar de Lairessestraat blijven wonen.


Wij hebben in het begin erg geworsteld met de vraag hoeveel onderduikers hebben daar nu werkelijk gezeten? De vervolgvraag, wat was de relatie van de onderduikers met onderduikverleners en als laatste, tevens op dit moment nog een openstaande vraag, wie heeft hen verraden? De slager?

De tweede vraag is beantwoord, simpelweg omdat ze elkaar kenden vanuit de Tweede Jacob van Campenstraat.

De eerste vraag was moeilijker, want hoe kan je bewijzen dat er ook werkelijk 10 joden ondergedoken hebben gezeten in de Hemonystraat 14? Uiteindelijk werd deze vraag beantwoord door een document dat we hebben gevonden bij het NIOD te Amsterdam. 

Het was het verzoek, direct na de oorlog, van Pieterdina Edens om extra bonnen in verband met haar slechte gezondheidstoestand ontstaan tijdens de oorlog. De onderbouwing van dit verzoek is als volgt: ‘reden arrestatie: verbergen van 11 Joodse mensen gedurende 13 maanden’.

Inderdaad! Geen 10 maar 11 ondergedoken Joden gedurende 13 maanden. Antwoord op één van de vragen, maar er ontstaat direct een nieuwe. Wie is dan nummer 11? 

En hoe zit het met de slager of klopt dit niet?


Als je 13 maanden terugrekent kom je uit op de start van de onderduik rond augustus/september 1942. Dit komt overeen met het afgeven van de tweeling Judith en Debora aan Trui van Lier en het vertrek van Saul en zijn vrouw Debora uit de Gerard Doustraat.

Met deze verklaring kunnen we met grote zekerheid aannemen dat deze 10 onderduikers onderdak en ondersteuning hebben gehad van Menke, Pieterdina en Cary.


Jacob Schavrien, één van de onderduikers, wordt op 6 augustus 1943 opgepakt door de Jodenjagers Hendrik Jan van den Berg en Jacobus Nicolaas Ramaker van de Colonne Henneicke.

Op 22 oktober 1943 wordt Pieterdiena opgepakt voor het onderbrengen van Joden. 

Tussen de arrestatie van Jacob en het verraad van de onderduikers op de Hemonystraat 14 zit ruim twee en halve maand. Bijzonder is dat we uit de documenten bij het Nationaal Archief zien dat Joden die op dezelfde datum zijn opgepakt, of vlak vóór of na die datum, vrijwel allemaal bijna direct zijn gedeporteerd naar Westerbork. Hiermee geven we niet aan dat Jacob is doorgeslagen maar we moeten er, gezien de brute en onmenselijke manier van verhoren, wel rekening mee houden.


Pieterdina komt eerst terecht in het het Huis van Bewaring ll/ Gevangenis Amstelveenseweg aan de Havenstraat 6 in Amsterdam-Zuid. Na een week daar gezeten te hebben wordt ze op 29 november 1943 verplaatst naar Vught. In Vught wordt Pieterdina ernstig ziek. Zij wordt na 8 maanden op 2 augustus 1944 in zieke toestand ontslagen.

We zullen straks ook nog lezen dat Pieterdiena en Cary een korte periode samen in Vught hebben gezeten. 


Hoe bijzonder is het om 11 mensen onderduik te geven, te zorgen voor eten en drinken, spanningen die er ongetwijfeld zijn geweest te temperen en dat alles onder druk van mogelijk verraad en razzia’s. En dit alles - voor zover wij hebben kunnen nagaan - zonder geldelijk of ander persoonlijk gewin. 

Hoe hard moet het dan ook zijn geweest dat het verzoek na de oorlog voor extra voedsel voor Pieterdina werd afgewezen, alleen maar omdat ze niet in het buitenland heeft vastgezeten, maar in Kamp Vught.


Voor Cary Wennink is de ellende na haar arrestatie nog niet afgelopen.

Ze bleef in het geheim danslessen geven. Haar zoons geven aan dat, wanneer de Duitsers langskwamen, er direct gevlucht moest worden via de tuin. Vaak ging dit goed. 

De dansschool werd ook gebruikt door het Duitse consulaat, dat aan de overkant van de straat was gevestigd, Dit gaf Cary en haar vrienden de mogelijkheid om eten en drank te stelen van de Duitsers.

Op 11 maart 1944 wordt Cary dan toch opgepakt voor het geven van danslessen. Cary wordt, net als haar moeder eerder, vastgezet in het Huis van Bewaring ll/ Gevangenis Amstelveenseweg aan de Havenstraat 6 in Amsterdam-Zuid.

Daarna wordt ze op 21 april geïnterneerd in Kamp Vught en op 29 april verplaatst naar het buitencommando Den Bosch. Er waren diverse buitencommando’s waar joden en politieke gevangen werkzaamheden verrichten. Zo ook Cary.

Op 15 september 1944 gaat Cary weer terug naar Kamp Vught. Haar moeder is op 2 augustus 1944 ontslagen. Alleen in de periode van 21 april tot 29 april was er dus een mogelijkheid om elkaar te ontmoeten. We weten niet of deze ontmoeting tussen moeder en dochter ook werkelijk heeft plaatsgevonden. 

Direct de volgende dag, op 16 september 1944, wordt Cary op transport gezet naar Ravensbrück. Cary komt op 18 september aan in Ravensbrück. Daar wordt ze ook mishandeld door een “aufseherin” en door de SS, zoals ze zelf later schriftelijk aangeeft. 

Cary blijft tot 13 oktober 1944 in Ravensbrück en wordt dan op transport gezet naar München, naar het buitencommando van Dachau. Ze wordt daar tewerkgesteld in de AGFA-fabriek. De werkzaamheden zijn het maken van munitie.

Op 26 april 1945, als de geallieerden steeds dichterbij komen, wordt Cary met de andere gevangen in een dodenmars gezet, te voet en onder bewaking naar Wolfratshausen. Daar komen ze op 28 april 1945 aan.

Twee dagen later, op 30 april, worden Cary en haar lotgenoten bevrijd door de Amerikanen. Dan begint op 15 mei de terugreis naar Nederland. Vanuit Föhrenwald (een van de grootste ontheemdenkampen in Europa na WOII) , via Zwitserland (st Margaret en Geneve), Frankrijk (Lyon), België (Mons en Brussel), Oudenbosch en Zundert komt Cary op 1 juli 1945, na anderhalve maand reizen, weer terug in Amsterdam.


Cary start naar haar terugkomst uit Duitsland direct weer met haar dansschool. Zij en Gerard Kluver trouwen in 1946 en kopen in 1948 het pand aan de Lairessestraat 157.