Gerard Doustraat 94
Verzoek om te verhuizen , zolder Hemonystraat 14
Kwitantie huur, zolder Hemonystraat 14
Margaretha Schavrien v.d. Molen
Jacob Schavrien
Ella Schavrien-Ziff
Schavrien
Saul
Saul Schavrien had in de Tweede Jacob van Campenstraat 167 een muziekhandel en vanaf 1932 samen met zijn zoon Joseph de NV Esenzo. Esenzo was een bedrijf met als doel ‘het verkrijgen en exploiteren van radiodistributie-inrichtingen en draadomroep-inrichtingen, technische materialen enz.’
Zoon Jacob was volgens de stukken geen eigenaar van deze NV, hij was van beroep radiomonteur.
Zoals bekend werden de Joodse bezittingen gedurende de oorlog door de Duitser geconfisqueerd. Zo ook het bedrijf van Saul en Joseph. Op 11 april 1942 werd door de Treuhänder (bewindvoerder) bevestigd wat op 1 april 1942 aan Saul mondeling al was medegedeeld. Hij wordt ontslagen uit de dienstbetrekking bij Esenzo, moet de gehuurde woning aan de Gerard Doustraat 94 1e verdieping voorzijde verlaten en het wordt hem verboden de zaak te betreden.
Het is onduidelijk hoe het nu precies verder ging.
Op 11 mei 1942 nam Abraham Roskam volgens de woonkaarten uit het Amsterdams Archief zijn intrek op de Gerard Doustraat 94 hs.
Maar bij de gevonden papieren zit een kwitantie, gedateerd van 24 tot 31 januari 1943, op naam van E. Schavrien, ondertekend voor ontvangst door Abraham Roskam, filiaalhouder van Esenzo en afgestempeld door Esenzo, voor de huur van van de Gerard Doustraat 94.
Uit de door mij gevonden papieren op de zolder van de Hemonystraat blijkt dat Saul Schavrien en zijn vrouw Debora op 10 juli 1942 bij de ‘Joodschen Raad’ een verhuisvergunning hebben aangevraagd. Deze aanvraag heeft waarschijnlijk te maken met het opzeggen van de huur van de Gerard Doustraat 94. De aanvraag is doorgestuurd naar de ‘Zentralstelle für jüdische Auswanderung’.
Uit ons onderzoek naar Abraham Roskam in het Nationaal Archief in Den Haag blijkt dat Roskam lid was van de NVD (Nederlandse Volks Dienst en de NSB (Nationaal Socialistische Beweging). Hij was, zo blijkt uit de stukken, winkelbediende van de voormalige ‘Jodenzaak Schavrien’ met als Verwalter (een door de Nazi’s aangewezen zaakwaarnemer) de heer Cruiming.
Volgens een politierapport doet Roskam op 1 februari 1943 telefonisch aangifte van een inbraak op de 1e verdieping, voormalige woning van Saul en Debora.
Saul en Debora moeten dus ergens medio 1942 vertrokken zijn naar het onderduikadres.
Op 14 maart 1944 gaat ene Louis Koers wonen op de 1e verdieping voorzijde van de Gerard Doustraat 94 en heeft hij een radio en elektra service genaamd Labora op 94 hs. Is dit een doorstart van Esenzo?
Zoon Joseph
Joseph Schavrien, de oudste zoon van Saul en Debora, en zijn vrouw Margaretha krijgen in 1937 een tweeling, Judith en Debora. Beide meisjes overleven de oorlog. Onduidelijk is of de twee meisjes ook ondergedoken hebben gezeten op de Hemonystraat 14.
De meisjes zijn in augustus 1942 door de Utrechtse verzetsvrouw Trui van Lier onder schuilnamen opgenomen in haar kinderpension Kindjeshaven. Via onderzoeker Jim Terlingen, die bezig is met het schrijven van een boek over Trui van Lier, komen we te weten dat Margaretha kleertjes breidde voor de tweeling en dat deze via het verzet - samen met briefjes - naar de kinderen ging. Judith en Debora zijn tot februari in 1945 in Kindjeshaven gebleven. Natuurlijk mochten Judith en Debora absoluut niet spreken over het joods zijn.
Zoon Jacob
Van de andere zoon van Saul en Debora, Jacob, en zijn vrouw Ella weten we na onderzoek dat ze net als de andere opgepakte onderduikers op 28 oktober zijn aangekomen in Westerbork. Het verschil met de overige gezinsleden en kennissen is dat zij niét op 16 november 1943 op transport naar Auschwitz werden gezet.
In het Nationaal Archief vinden we de arrestatie van Jacob in het dossier van Harm Jan van den Berg, Jodenjager bij de Colonne Henneicke. Jacob werd op 6 augustus 1943 gearresteerd door Harm Jan van den Berg en Jacobus Nicolaas Ramaker. Reden voor de arrestatie was het niet dragen van de Jodenster en het in bezit hebben van valse identiteitspapieren. Jacob wordt volgens de stukken afgevoerd naar de Hollandsche Schouwburg. Zijn geld t.w.v. fl 266,57 wordt in beslag genomen en afgegeven bij de SD.
In Westerbork verblijven Jacob en Ella, net als de andere opgepakte onderduikers uit de Hemonystraat 14, in strafbarak 67. Jacob werd aangesteld als ‘pfleger’ en Ella als ‘kontoristin’.
Op 3 maart 1944 werden Jacob (nr. 703 op de transportlijst) en Ella (nr. 704) beiden gedeporteerd naar Auschwitz. De andere acht onderduikers waren al op 16 november 1943 naar Auschwitz op transport gesteld. Ze werden allemaal op 19 november 1943 in de gaskamer omgebracht.
Van het 3-maarttransport van 1200 mensen werden 70 vrouwen en 100 mannen geselecteerd, de overigen gingen direct naar de gaskamer.
Jacob overlijdt op 20 september 1944 in Birkennau. Na de oorlog wordt dit bevestigd door de heer Zeelander, zie brief.
Ella overleeft als enige van de 10 onderduikers Auschwitz. Zij wordt op 24 maart 1945 in Ravensbrück bevrijd. Via de Zwedenroute komt Ella weer in Nederland terug.
Van Straten
Van Emanuel van Straten en zijn vrouw Reintje van Straten-Duveen zijn diverse stukken gevonden op de zolder. Met name correspondentie van huisarts De Miranda met betrekking tot de gezondheid van Reintje.
Duveen
Van Adolf Duveen en zijn vrouw Mina Duveen-Rosenberg is niet veel gevonden. Later zullen we ons onderzoek nog richten op deze beide families.